Onderweg naar de zomer…

We waren er nog niet… 

Het was een schijnbaar moeizaam proces, om de temperaturen voor ons wat aangenaam te maken. Het was tenslotte al half mei en nog steeds waren de temperaturen aan de lage kant. Omdat de wind steeds uit de noordelijke hoek kwam, kon het ook nog wel even duren, voordat het uiteindelijk wat aangenamer zou worden. Zo nu en dan moesten we nog steeds rekening houden met nachtvorst. Dat is een veel gebruikte term voor temperaturen net onder de nul graden gedurende een aantal uren in de nacht of net voor zonsopkomst. Anderen noemen het “grondvorst” omdat het meestal laag boven de grond het koudst is. Hoe dan ook, tot na halverwege mei, als “de ijsheiligen” geweest zijn, is de kou nog niet uit de lucht! Maar er was hoop! Heel langzaam kwam er een verandering, gestaag ging per dag de temperatuur wat omhoog! Werd het toch nog voorzichtig een beetje zomer!

Mooie bustrip! 

Het bestuur van onze buur-regio Groningen/Drenthe heeft dit jaar in samenwerking met ons regiobestuur weer een mooie busreis uitgestippeld. Ik wist het iets te laat, anders had ik er u wel iets van kunnen laten zien, want 12 mei 2012 zijn we ook al eens dwars door Duitsland gereisd om bij de familie Spitthöver in Ennigerloh de verschrikkelijk mooi aangelegde tuin te mogen kunnen bewonderen. Van de, in een ander deel van het terrein gemaakte vijverpartijen, valt ook je mond open! Dat zo iets moois kan bestaan. Nu moeten we er wel bij vertellen dat je daar op het erf van een  heel enthousiaste hovenier rondloopt. Bovendien heeft men daar een passie voor hele mooie watervogels en die verdienen dan ook een hele mooie vijverpartij! Let ook op de mozaïeken van een paar watervogelsoorten in de bestrating (als ze er na 7 jaar nog in zitten, maar dat zal wel). Van de dierentuin heb ik geen foto’s, wij waren bij een andere. Deze, waar u naar toe gaat is bij Nordhorn, niet zo ver vanaf de Nederlandse grens, in de buurt van Denekamp en Ootmarsum. Opgeven voor deze rit moest eerder al plaatsvinden, dus dat kan nu niet meer, maar om al vast wat in de stemming te komen zijn hier nog wat opnames:

Een opname van een heel mooi watervogelperk met o.a harlekijn-, en roze-oor eenden.

Eveneens een heel mooi watervogel-mozaïek van een nonnetje, maar er waren nog twee andere, net zo mooi!

Hieronder de entree van de Zoo van Nordhorn.

 

Ze hebben nu ook een drone.

De vogelwacht in onze regio heeft nu zelf ook een drone. De BFVW (Bond van Friese Vogel Wachten) schiet vogelwachters te hulp. Met behulp van een drone worden met door middel van gevlogen banen boven landerijen gezocht naar nestwarmte. Het apparaat heeft twee camera’s, eentje voor foto’s en filmpjes en een thermische voor het lokaliseren van nestwarmte. Eenmaal nesten gevonden en op de kaart vastgelegd, is het voor de nazorgers, maar ook de landeigenaars en de loonwerkers een stuk gemakkelijker om de nesten te gaan beschermen.

Tijdens het opkomen van de zon is het temperatuurverschil het grootst; drones mogen trouwens ook niet eerder vliegen dan na zonsopkomst. Er is absoluut behoefte aan drone-piloten. Het werken met zo’n apparaat is ook zeker niet goedkoop! Het met de drone kunnen werken heeft 50.000 euro gekost. Dat is niet alleen het vliegding inclusief alle apparatuur, maar ook de opleiding en de begeleiding van de vliegers (piloten). Met behulp van de provincie Fryslân is de drone door de landbouworganisatie LTO Noord aangeschaft. Deze werd onlangs op zaterdag 4 mei aan de BFVW geschonken.

Daar is ‘t ie weer (1+1= meer). 

Er zwierf een wolf door onze provincie. Het was de reu GW979m ( = Grijze Wolf nummer male=man) die een jaar geleden (in juni 2018) vanuit Duitsland langs Driesum en Rinsumageest kwam en daar schapen doodde. In de eerste week van mei is deze reu vader geworden van een nest jongen in de Belgische Kempen. Het vrouwtje ( de teef dus) is GW680f  (de f staat voor female), die eind 2017 via Groningen en de Veluwe naar België trok. Als koppel werden ze gefotografeerd bij Leopoldsburg. Leopoldsburg ligt in de Belgische provincie Limburg, ten westen van onze eigen provincie Limburg. In deze plaats, in de omgeving daar ook wel ” ‘t Kamp”genoemd, is het grootste deel van het Belgische troepen gelegerd. De laatste foto’s tonen de teef hoog drachtig. Het stel heeft intussen Nederlandse namen gekregen, maar de dieren zelf weten daar niets van. De wolvin  heet nu Naya en de reu is August gedoopt. Het stel leeft op één  van de meest uitgestrekte militaire oefenterreinen in België, waar geen mensen mogen komen. Dat wolven zich vermenigvuldigen kun je hun niet kwalijk nemen, dat zit in hun natuur. Ze zullen het daar waarschijnlijk ook wel een tijdje vol kunnen houden, als ze op tijd de oefenende tanks kunnen ontwijken. Verder is het afwachten wat er gaat gebeuren als de puppy’s straks groter groeien en meer voedsel nodig hebben. Of nog later, als ze een eigen territorium gaan zoeken.

Kwestie van goed luisteren!

 

Hoe tel je de hoeveelheid roerdompen in bepaald gebied? Gewoon, door goed te luisteren! Normaal gesproken is deze vogelsoort nauwelijks te zien, laat staan te tellen. Toch is het ook dit jaar weer gelukt! Vrijwillige tellers hebben in april en mei j.l. het geluid van de territorium-roep van de roerdomp beluisterd en vastgelegd op een kaart. Dit geluid wordt vaak aangeduid als “hoempen”. Het aantal  van de vogels is in de rietvelden van de Alde Feanen bij Eernewoude behoorlijk gegroeid. In 207 telde men 17 territoria, in 2018 waren dat er 18 en nu in dit voorjaar van 2019 kwamen de tellers uit op 25. Het nationale park  De Alde Feanen is een belangrijk broedgebied voor deze reigerachtigen.  In 2018 broedde er in dit gebied 5% van de totale Nederlandse populatie. De kans is groot, dat er nu dus in de rietvelden rondom Eernewoude zo’n 25 nesten zullen zijn, misschien zelfs een paar meer, want roerdomp-mannen kunnen polygaam zijn. Het vermoeden bestaat, dat het aantal zachte winters voor de roerdompen (Botaurus Stellaris) gunstig is geweest. Bij langdurige strenge vorst is het voor deze vogels extra moeilijk om te overleven als alle water van een dikke ijslaag is voorzien, want het merendeel van hun voedsel moet hoofdzakelijk uit het water komen.

 

 

 

 

Gaat het dan toch gebeuren? 

Er is hoop voor de BFVW om met behulp van een broedmachine kansloze kievietseieren uit te kunnen broeden. Deze organisatie hoopt al 3 jaar op een mogelijkheid om eieren te kunnen redden, die door werkzaamheden op het land dreigen te sneuvelen. Bijgevoegde foto is niet zo’n broedmachine, meer geschikt is een elektrisch apparaat.

 

 

De provincie Fryslân gaat 20.000 euro steken in een vooronderzoek dat nodig is om zo een gedegen vooronderzoek te hebben voor een ontheffing van de Wet Natuurbescherming. Of het uitbroeden van de eieren van de kieviet (en andere soorten weidevogels) en de fases daarna kansrijk zullen zijn moet dit onderzoek onder meer gaan uitwijzen. Gehoopt wordt dat er volgend voorjaar (2020) meer informatie aanwezig zal zijn.

Mijns inziens is het voor sommige leden van Aviornis niet meer zo moeilijk om kieviten uit te broeden en groot te krijgen. Ook de fases daarna is bij leden van onze vereniging niet zo moeilijk meer. Maar dat is dan in avi-cultuur, niet in de grote, boze, wijde natuurlijke omgeving. Daar kan nog heel veel mis gaan.

Ook hier weer goed luisteren. 

De koekoek schijnt weer in het land te zijn en ook in onze provincie, waar verschillende mensen hem al weer hebben gehoord. Het is niet zo heel gemakkelijk om deze vogel te spotten, omdat ze een wat teruggetrokken bestaan lijden. Maar als de man zich laat horen is die vaak wel zichtbaar en kan zo maar ergens boven op een boom zitten. Als ze zich verplaatsen lijkt het wel of er een valk of een sperwer (heeft ook wat strepen) voorbij komt, maar het vliegbeeld is toch ietsje anders. Wanneer je dat eenmaal hebt gezien, is het niet zo moeilijk meer. Maar ja, dat is met alles zo, als je het eenmaal weet, is het gemakkelijk!  Er wordt wel gezegd, maar ik weet niet of dat waar is, als je de koekoek hoort is dat een voorbode. Dan gaat het zeer binnenkort, vaak al de volgende dag regenen. Het zou zo maar kunnen!  Trouwens de mannen roepen ook wel tijdens de vlucht, als ze zich verplaatsen van de ene boom naar een wat verder staande exemplaar. De koekoek (Cuculus canorus) is overigens ook een Aviornisvogel, valt onder de cuculiformes (waar o.a.ook de toerako’s onder vallen) maar ik betwijfel het of er iemand is, die ze in avicultuur in de collectie houdt. Zal wel niet, want voor de voortplanting heb je altijd waardvogels nodig.

En dan nog even dit:

Namens het bestuur, Sytse Buursma, regioredakteur.

De volgende bijdrage is er rond 2 juni

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *