De actualiteit van gisteren

19 oktober 2014 - De kunst van het "wilsterflappen"

Home

Actualiteit
Regioarchief
Agenda
Bestuur
Verslagen
Informatief
Sponsors
Aviornis Nederland
Reacties

E-mail:
Aviornis regio Fryslân
Laatste wijzigingen:
02-11-2014

 
Beste regioleden,
Het weer laat ons de laatste dagen niet in de steek; er was wel eens een natte dag, de wind houdt zich wat koest en over het algemeen is het best nog wel aardig, soms zelfs warm! Maar dat kan zo maar veranderen! De herfst in natuurlijk al wel aan de gang en dat zie je aan de vallende blaadjes.

Plevieren zijn steltlopers en vallen onder de Aviornisvogels; er zijn vast wel leden in Nederland die ze tegenwoordig houden, al zijn het misschien niet de goudplevieren (Pluvialis apricaria). Het is al weer een maand geleden dat ik eens mee mocht bij het vangen van goudplevieren. In onze provincie noemt men deze vogels “wilsters” en het vangen “wilsterflappen”. Deze al heel oude methode (al sinds de 17e eeuw) werd oorspronkelijk gebruikt om vogels te vangen voor de pot tot 1978 van de vorige eeuw, maar tegenwoordig uitsluitend en alleen maar voor het ringen. Ik mocht mee met Johannes Fokkens, regio lid, die na het behalen van het “flappersdiploma” en de nodige vergunningen dit al zeer oude gebruik is gaan toepassen. Wij kennen elkaar al wat jaren, Johannes heeft mij menigmaal geassisteerd bij diverse klussen, ook in het groene en nu was het beetje andersom. Er komt heel wat bij kijken om de mooie vogels te vangen.

Hier wordt het groene kunststofnet net van 30 meter lang en 3 ˝ meter hoog achterover geduwd en neergelegd en wordt zodanig vastgemaakt, dat het met een korte ruk uit deze positie kan worden losgetrokken. Het geheel is tussen twee palen bevestigd, welke aan de bovenzijde aan elkaar zijn verbonden d.m.v. een kabel en aan de onderzijde individueel en scharnierend in de grond zijn verankerd. Doordat er wat spanning op het trektouw staat + doordat de wind het net een duw meegeeft, kunnen de er onder zittende/lopende (event. vliegende) goudplevieren worden (geflapt) gevangen.

De wilde vogels worden naar de vangplaats gelokt door de zogenaamde “lokstal”.
Dat is een verzameling lokvogels met het uiterlijk van de te vangen vogels, die achter het net zijn opgesteld. Vroeger, toen de plevieren nog mochten worden gevangen voor de consumptie, werden de huid met veren gebruikt om er een lokker van te maken. Sommige vangers bezitten soms nog wel van die heel oude opgezette exemplaren, maar tegenwoordig zijn de lokvogels vaak van kunststof en niet van echt te onderscheiden.
Johannes heeft er een paar veranderd in een kieviet, omdat die vaak samen te vinden zijn met de “wilsters” (het zijn uiteindelijk ook nog familieleden van elkaar) en dat geeft soms meer kansen. Op de foto staan meer dan 30 exemplaren en allemaal “met de neus in de wind”.

Als alles dan is opgesteld en op scherp staat en gelooft u mij, het complete opbouwen duurt al met al toch al snel een uur, dan kan er plaats genomen worden achter “de skule”. Dat is een ander woord voor windscherm, waar je een prettige plek hebt om uit de wind af te wachten. U ziet op de foto een klein groen wagentje waarmee al het benodigde materiaal vanuit de auto het veld in wordt gebracht en als alles goed is opgeladen dan kan het allemaal in één keer mee. Ik zat op dat karretje gedurende 7 uren en had dan wel nog twee dagen een houten achterste, maar dat heb je er graag voor over. Als “flapper” val je wel op in het veld, maar dat is uiteindelijk van ondergeschikt belang.

Waar wacht je dan op? Op groepjes zoals deze en een goede flapper hoort ze al van verre aankomen met hun aparte, melodieuze, ietwat klagelijke roep. De vogelvanger bootst door middel van een fluitje de roep na, om zodoende de vliegende vogels hoog uit de lucht in de buurt te lokken en het zicht van de zittende lokkers moet de rest doen. De vogels komen pas dan over, wanneer het tij op het wad is veranderd in hoog water. De op de foto getoonde vogels zijn allen jong, behalve de onderste, die een restant van het zomerkleed laat zien.

Maar er is nog wat, dat de overvliegende vogels naar de grond moet doen gaan en dat is wat Johannes “de muziek” noemde. Dat bestaat uit een in een groen kistje verstopte accu met daar aan vast een MP3 speler met allerhande lokroepen van diverse steltlopers. Uit de twee zwarte luidsprekertjes klonken in dit geval aan de lopende band jodelende geluiden van foeragerende goudplevieren, maar d.m.v. een afstandsbediening kan er overgeschakeld worden op bijvoorbeeld de roep van de wulp of van de watersnip, mochten die zich in de buurt gaan vertonen.

Zodra de te vangen vogels tegen de wind in duidelijk binnen de reikwijdte van het net zijn gekomen kun je d.m.v. deze handgreep aan het trektouw (is iets van de grond geplaatst voor snellere greep) het net lostrekken en over de vogels laten heen “flappen”. Zoals gezegd, de wind doet de rest. Bij deze trek zaten er 4 onder het net, dat mazen heeft van 6x6 cm.

Daar kunnen de vogels met gemak doorheen, maar doordat ze meestal moeite doen om vliegend onder het net vandaan te komen, raken ze toch verward in de mazen. Het is dan ook wel even peuteren om ze er uit te krijgen, maar als je er eenmaal slag van hebt duurt het niet zo lang. De gevangen vogels worden verzameld in een tijdelijke donkere verpakking en het net wordt weer op scherp gezet.

Dan kan het ringen, meten en registreren van de gevangen vogels beginnen.
Van elke individuele vogel wordt na het ringen o.m. het ringnummer vastgelegd, de “kop-snavellengte” gemeten, de grootte van de voet, de vleugellengte en de vogel wordt gewogen. Deze gegevens worden in het veld genoteerd en gaan ’s avonds via de computer in een centrale data base. Van al deze, toch wel curieuze, handelingen heb ik foto’s genomen, maar het voert wat te ver om ze hier allemaal te tonen.

Als alles is geregistreerd kan de vogel worden losgelaten, maar niet eerder nadat een exemplaar van deze schitterende vogelsoort met die grote ronde ogen even had geposeerd voor een foto. Mocht deze ooit weer ergens worden gevangen en de gegevens van de ring worden afgelezen, dan kan worden vast gesteld dat deze vogel is geringd op 22-09-2014 , daar en daar, zo en zo laat en met de verdere geregistreerde gegevens. Zo kan men op den duur veel meer te weten te komen over trek, trekroutes, conditie enz.

In totaal vingen we die dag 17 goudplevieren, allemaal jonge vogels en het is ook nog gelukt om drie watersnippen tegelijk te vangen en van een ring te voorzien. Al met al best een spannende dag en mooi om mee te maken. Vooral bijzonder omdat een aloude en nog steeds beproefde methode tegenwoordig wordt gebruikt om de mysteries rondom trekvogels te helpen ophelderen.

En dan nog even dit:

Namens het bestuur, Sytse Buursma, regioredacteur.

<<<<<  terug naar Regioarchief

 
bovenkant pagina Iets nodig voor uw hobby? Kijk eens bij onze SPONSORS

J2-DC
© 2014 J2-DC