Regioarchief

Nieuwsbrief Aviornis - oktober 2001

Home

Actualiteit
Regioarchief
Agenda
Bestuur
Verslagen
Informatief
Sponsors
Aviornis Nederland
Reacties

E-mail:
Aviornis regio Frysln
Laatste wijzigingen:
04-01-2012

Geachte regioleden, hobbyvrienden en vriendinnen,
In de nieuwsbrief van augustus kwam ik nog even terug op de vraag betreffende het nut van de (massa) verkrachting bij de wilde eenden. Op deze vraag, gesteld vr de vakantieperiode kreeg ik toen geen enkel antwoord. Ik begrijp dat ook wel een beetje, het is tenslotte ook geen gemakkelijke materie. Gelukkig zijn er toch nog mensen die zich ook in deze ingewikkelde problematiek verdiepen, gelet op het feit, dat ik een uitgebreide brief mocht ontvangen van Prof. Dr. S.Bottema, werkzaam aan het Biologisch-Archeologisch Instituut in Groningen. Dhr. Bottema, watervogelliefhebber en lid van de regio Groningen-Drente geeft in zijn brief een aantal voorbeelden van verkrachtingen bij andere eendensoorten en ook bij zijn sneeuwganzen. Over het nut van deze acties kon hij ook geen goede verklaring geven, of het moest het koste wat kost doorgeven van het DNA zijn, waarvan het nut pas op zeer lange termijn te meten zou zijn. Bedankt voor de uiteenzetting, Prof. Dr. Bottema!

Maar nou even weer wat anders! Ongeveer een jaar geleden stelde ik eens de vraag, wanneer iemand iets bijzonders meemaakte met zijn Aviornisdieren, ik daar graag wat van wilde vernemen, zodat we via de nieuwsbrief ook anderen daar deelgenoot van konden maken. Welnu, dat heeft even geduurd, maar laatst kreeg ik een berichtje van dhr. J. Lampe uit Haulerwijk, lid van onze regio. Hij had bij zn Amerikaanse blauwe knobbelpronkeenden "Sarkidiornis melanotos sylvatica" maar liefst in n keer 17 jongen gefokt. Dat was wel iets bijzonders. Ergens had ik het gevoel dat dat vast niet van 1 vrouwtje geweest kon zijn en dat was inderdaad ook het geval. Want, ik ben even wezen kijken op een mooie, warme, middag in augustus. Dhr. Lampe houdt deze soort in een trio en ontdekte op een gegeven moment dat de Knobbelpronkeend man wilde paren. Dit gaat, zo vertelde hij, niet zoals het vaak voor komt, het vrouwtje zich aanbied en bereid is te paren, maar de man moet er alle mogelijke moeite voor doen om de vrouw te pakken te krijgen. Omdat dhr. Lampe zag, dat het in het huidige perk niet zou gaan lukken, heeft hij de afdeling voor deze soort wat verkleind en het trio daarmee apart gezet. En ja hoor, toen was het blijkbaar zo maar gepiept, want beide vrouwelijke Knobbelpronkeendvrouwtjes raakten aan de leg. In totaal waren er op een gegeven moment 25 eieren in de nestkast, waarvan er 3 zijn uitgehaald, omdat anders het nest te vol zou worden. Tijdens het broeden is de woerd weer verwijderd. In deze wat kleinere ruimte kon hij wat al te gemakkelijk achter de vrouwtjes aan en hij zou het broeden kunnen verstoren. Wie schetst de verbazing van dhr. Lampe dat n van de twee eenden op 22 eieren zou gaan zitten broeden en er na 30 dagen 17 jongen uitkwamen! Zijn opfokhokken waren niet berekend op zulk een aantal, zodat hij ze maar over drie ruimtes had verdeeld. Op het moment van het bezoek waren de kuikens al veertien dagen oud en de groei zat er goed in. Dames en heren liefhebbers van de Amer. blauwe Knobbelpronkeend, op naar de familie Lampe, Kerkstraat 50 in Haulerwijk, hij heeft er genoeg! In het perk van dhr. Lampe waren deze Knobbelpronkeenden beslist niet lastig t.o.v. de andere daar in gehuisveste andere soorten. Waar hij wel erg veel trammelant mee heeft gehad? De Goudspiegeleend. Ze zouden met gemak in een collectie passen, zo was hem verteld, maar niets bleek minder waar. Ze zaten nu in een apart perkje, maar moesten eigenlijk zo spoedig mogelijk weer vertrekken.

Dat brengt me dan meteen op het volgende onderwerp; hoe weet je nou welke soort vogel in welke collectie past en aan wie moet je dat nou vragen. Ik denk dat je daar het beste antwoord op krijgt, als je die vraag stelt aan een collega-liefhebber, of beter nog, aan meerdere collega-liefhebbers. Als deze mensen de soort, die je wilt aanschaffen, al een aantal jaren hebben en er ervaring mee hebben, zijn zij degenen, die er wat over kunnen vertellen. Het is helaas vaak het geval, wat bij de ene liefhebber goed gaat, gaat bij een ander helemaal niet goed. Daar kunnen allerlei oorzaken voor zijn. Hoe groot is de ruimte, hoe groot is het zwemwater, hoe is de beplanting, is er veel beplanting, hoe is de bevolkingsdichtheid, zijn er veel uitwijkmogelijkheden, kunnen de watervogels gemakkelijk uit het water komen, welke soorten zijn er nog meer, enz.,enz. Ook is per soort het ene individu de ander niet, d.w.z. in sommige collecties zijn bepaalde soorten niet lastig en in een ander, soortgelijke collectie soms weer wel. In grote lijnen is er natuurlijk wel wat bekend over bepaalde soorten en hun gedrag. In hoofdzaak is het vaak terug te voeren tot het veroveren en stabiliseren van een eigen territorium en de ene soort is daar nogal wat feller in dan de ander. U kunt zich voorstellen, dat wanneer u er een gemengde collectie op na wilt houden op een gebied zo groot als een flink voetbalveld, het wel even gemakkelijker gaat dan wanneer u diezelfde collectie wilt houden op een stuk van 5 bij 10 meter. Vragen dus, vraag liefst bij meerdere en het moet wel heel gek gaan, als de geraadpleegde liefhebber niets over zijn/haar dieren zou willen vertellen. Houdt, tijdens het stellen van uw vragen in gedachten, dat de huisvesting bij ieder Aviornislid weer anders is. Ja, dat is gemakkelijk gezegd, maar hoe weet ik nou waar welke liefhebber woont en welke soorten hij/zij heeft?

Dat is heel eenvoudig na te slaan in het overzicht van het Jaarboek, uitgegeven door en in samenwerking met de drie noordelijke regios. Daarin kunt u alle leden aantreffen met de Aviornisdieren, die ze bezitten, tenminste, als alle leden de vragenlijst hebben ingevuld en opgestuurd. Daarom is het zo belangrijk dat de gegevens van ieder lid worden verwerkt. Zodoende kan elk ander lid, beginnend of gevorderd, gemakkelijk in contact komen met andere leden en de vragen stellen. Ieder lid heeft wel een ervaring met bepaalde soorten. Vraag er naar, het kan u soms een hoop geld en narigheid besparen en we zijn er tenslotte, om elkaar te helpen.
Namens het bestuur, Sytse Buursma, regiosecretaris.
  

<<<<<  terug naar Regioarchief

 
bovenkant pagina Iets nodig voor uw hobby? Kijk eens bij onze SPONSORS

J2-DC
2012 J2-DC