Regioarchief

Nieuwsbrief Aviornis - maart 2001

Home

Actualiteit
Regioarchief
Agenda
Bestuur
Verslagen
Informatief
Sponsors
Aviornis Nederland
Reacties

E-mail:
Aviornis regio Fryslân
Laatste wijzigingen:
04-01-2012

Geachte regioleden, hobbyvrienden en vriendinnen,
Over de regiobijeenkomst van 15 januari hebt u nog geen verslag kunnen lezen, omdat het tijdstip van inlevering van mijn tekst altijd de 15e van de maand moet zijn. Vandaar dat het nu op papier staat. Onze voorzitter opent de vergadering om even over acht uur en verwelkomt de gastspreker voor deze avond, Dhr. H. Bijl uit Drachten, die als hobby de natuur in het algemeen en de vlinders in het bijzonder heeft. Wegens afwezigheid van de penningmeester werd de kascontrole verschoven naar de bijeenkomst in februari. Onze voorzitter maakt bekend, dat deze avond door de regio een nieuwjaarsborrel wordt aangeboden.

Daar B. Graansma niet verkiesbaar is, is het bestuur op zoek gegaan naar iemand, die voor deze functie zou voelen en heeft Dhr. A. Bosma bereid gevonden, voorzitter te willen worden. Anne Bosma verteld wat over zichzelf. Door een brief aan het bestuur van de regio is hij in de peiling gekomen. Hij heeft zelf wat eenden, niet zo veel, maar 5 paartjes, weet er nog niet zo veel van, heeft nog niet zo veel ervaring, maar is er erg in geïnteresseerd in de facetten van deze hobby. Wel heeft hij al een ruime ervaring op het gebied van houden en fokken van sierduiven en enige bestuurlijke ervaring. B. Graansma denkt met A. Bosma een goed bestuurslid te hebben binnengehaald.

T. v.d. Kaap, omtrent de CITES-vergunningen: volgens een bericht van de Commissie Wetgeving Nederland zou het op voorhand een vergunning aanvragen, voor dieren, welke men nog niet heeft, mogelijk zijn. Hij vraagt zich af, er waren trouwens meer mensen met die gedachte, of deze regels kloppen in de wetgeving. Hij zal e.e.a. uitzoeken en komt er in een latere bijeenkomst op terug.
Het woord was aan dhr. Hans Bijl, leraar te Drachten. Jammer dat u er niet bij was, deze avond. Tijdens zijn verhaal, met overigens schitterende dia’s, kon je merken, dat de aanwezige leden soms heus wel iets van vlinders wisten, maar de dingen, die hij vertelde en de foto’s, die er vertoond werden, waren voor velen toch nieuw! Hans Bijl begon met het tonen van een zeer grote vlinder, zo groot als een flinke hand, schitterend fel blauw gekleurd, als de spiegel van een wilde eend. De levenscyclus van vlinders is voor velen wel bekend. Aan de hand van dia’s liet dhr.Bijl ons zien hoe klein de eitjes er soms uit zien, hoe divers de rupsen soms zijn, hoe zelfde rups qua uiterlijk soms veranderd na de vervellingen en hoe uit een fraaie rups soms weer een minder mooie vlinder te voorschijn komt, maar ook hoe een ogenschijnlijk lelijke rups in een prachtige vlinder kan veranderen. De levensduur van vlinders is heel verschillend. Sommigen leven niet langer dan een maand, anderen kunnen een jaar in leven blijven. De laatste zijn dan wel gedurende de winter in een soort winterslaap.Het leggen van de eitjes is per soort ook weer verschillend. Er zijn vlinders, die heel nauwgezet een flink aantal eitjes in een ringetje rond een takje leggen, er zijn er die een pakketje samenstellen, maar ook vlinders, die her en der per blad maar één eitje leggen. Voor een ieder is waarschijnlijk de dagpauwoog wel een bekende vlinder. Er bestaat ook een nachtpauwoog, een nachtvlinder met inderdaad ook een paar ogen op de ondervleugels. Nachtvlinders werken met geurstoffen om partners te lokken. Deze vlinders zijn in staat om de lokstoffen op een afstand van 4-6 km. te herkennen! Als de kleine rups uit het eitje is gekropen is, eet het eerst de eischaal op. Hierop kan het wel een dag of drie teren, voordat het kleine rupsje aan het vreten slaat. Inderdaad vreten, want een rups is niet meer dan een vreetmachine, die in korte tijd zo veel mogelijk vreet om zo snel mogelijk een vlinder te worden.

Omdat de huid niet meegroeit als de rups groeit, vervelt deze zo’n 4 tot 5 maal en soms kan een en dezelfde rups telkens na het vervellen weer een ander uiterlijk hebben. Vlinders trekken niet of nauwelijks.Sommigen hebben een gebied van 500 meter, anderen misschien 2500 meter.Daarom is het vaak belangrijk, dat bepaalde biotopen met elkaar verbonden worden, om inteelt te voorkomen. Er zijn ook vlinders, die wel degelijk grote afstanden afleggen, trekvlinders dus, zoals de atalanta, die helemaal vanuit het middellandse zee gebied naar onze streken komen. Toen we dachten, dat alle vlinders er wel als vlinders zouden uitzien, werden we toch wel even uit de droom geholpen, er bestaan ook exemplaren, die er heel anders uitzien. Dieren, waarvan je op het eerste gezicht zou denken, is dat wel een vlinder of is dat een of ander insect. Dhr. Bijl toonde ons dia’s van o.a. de hommelvlinder en de glasvleugelpijlstaart. Diertjes met een bijzonder vreemdsoortig uiterlijk. Het verpoppen van vlinders is ons welbekend, maar er zijn weer soorten, die wel heel vreemde cocons maken. Interessant is daarbij de cocon van de zijderupsvlinder. Van de afgewikkelde draden van deze cocons wordt prachtige zijde vervaardigd. Niet alle vlinders komen op prettige geuren af, er zij er ook die, zoals de zogenaamde "boswachter", te vinden in België en Frankrijk, speciaal verzot zijn op urine- en keutelluchtjes. Vlinders hebben soms vreemde namen, wat te denken van bijvoorbeeld de "keizermantel", het "oranje zandoogje", of de "grote beer". De beervlinders hebben hun naam gekregen door het uiterlijk van de rupsen, grote, bruine of zwarte, zeer harige rupsen, vandaar de "bruine beervlinder"of de "zwarte beervlinder".

Er zijn ook vlinders zonder vleugels, zoals de z.g. wintervlinder, waarvan de vrouwtjes geen vleugels hebben en een plaag in boomgaarden kunnen zijn. Over de nachtvlinders viel ook nog heel wat te vertellen. Van de ongeveer 2200 soorten vlinders in ons land, zijn er ongeveer 800 soorten, die een nachtelijk bestaan leiden. Er zijn maar een klein aantal dagvlinders in ons land en de rest zijn de zogenaamde "microvlinders", minuscuul kleine beestjes. Van de nachtvlinders zijn de uilensoorten welbekend. Er is ook nog een soort met een wel heel bijzondere leefwijze. De wespvlinder,lijkt meer op een grote wesp dan op een vlinder. De rupsen vreten zich een weg in het hout van populier of berk en komen als vlinder tevoorschijn tussen 6 en 8 juni rond 10 uur.

Hans Bijl vertelde verder nog over de z.g. "plakker", een vlindersoort , waarvan de rupsen soms in enorme aantallen een eveneens enorme vraatzucht laten zien, door in korte tijd hele bospercelen kaal te vreten.

We kregen ook nog uitleg over de wetgeving, het tellen van vlinders in bepaalde gebieden en het uitzetten van bepaalde soorten in gebieden, waar ze niet meer voor kwamen. Het uitroeien van een vlinder gebeurd niet door er eentje uit het veld mee te nemen, maar wel door het vernietigen van het voor die soort geschikte biotoop! Er volgde nog een leuke discussie over het zo vroeg mogelijk bijbrengen van de kennis der natuur aan de jonge jeugd en hoe moeizaam dat soms ging en gaat, maar dat het vaak ook leuke resultaten oplevert. Al met al een mooie lezing met zeer mooie foto’s.

B. Graansma, onze voorzitter, die nog dit seizoen zal afmaken, sloot de vergadering om 10.45 uur, nadat hij nog had verwezen naar de algemene ledenvergadering van Aviornis Nederland op 31 maart in Borculo. In een eerder artikel schreef ik, dat de organisatie van de algemene leden vergadering door onze regio zou worden geregeld, dat was onjuist. De organisatie van de algemene ledenvergadering van 2002 zal wél door Fryslân worden gedaan.
Namens het bestuur, Sytse Buursma, regiosecretaris.

<<<<<  terug naar Regioarchief

 
bovenkant pagina Iets nodig voor uw hobby? Kijk eens bij onze SPONSORS

J2-DC
© 2012 J2-DC